Meteen naar de inhoud
DE HERVORMING
VAN HET GELOOF
500 jaar Reformatie
en haar erfenis
EDITO

Leo Oosterveen: De voortgaande hervorming
Marcel Gielis: Maarten Luther en de
hervormingsbewegingen van de Reformatietijd
Dick Akerboom: Martin Luther en zijn erfenis
Marius van Leeuwen: De Reformatie als emancipatiebeweging
Dick Akerboom: Hervorming en beeld
Perla Akerboom-Roelofs: Katharina Von Bora,
vrouwelijke lutherse spiritualiteit
Bart Wallet:
De Reformatie en de herontdekking van de Hebreeuwse Bijbel
Anne Kooi: Protestantisme en de voortgaande hervorming
Henk Gols: Wij zijn óók katholiek
Leo Oosterveen: Samen op weg
Kolet Janssen: Wegmoffelgeloof (column)
Piet Hoogeveen:
Inktvlekken en andere pennenvruchten (column)
Boekbesprekingen
Kris Gelaude: Een andere weg (ter overweging)

€ 7,95

Januari-Februari / 2017

Art. N° 978-94-6196-139-6

INHOUD

In 2017 wordt wereldwijd volop 500 jaar Reformatie gevierd. Op 31 oktober 1517 maakte de grote hervormer Martin Luther (1483-1546) te Wittenberg zijn stellingen wereldkundig tegen de misstanden in de katholieke kerk. Hij wilde geen kerkscheuring, maar werd uiteindelijk met zijn hervormingsbeweging wel buiten de katholieke kerk gezet. Luther staat aan het begin van de vroegmoderne tijd. Maar zijn hervorming komt niet uit de lucht vallen en kan niet los gezien worden van vele misstanden en onvolkomenheden van de laatmiddeleeuwse katholieke kerk.
Luther gaf het startschot voor een hervorming van de kerk die uitgroeide tot een bonte beweging die in Europa en wereldwijd een enorme impact heeft gehad op het christendom en de christenheid. De betekenis ervan kan niet onderschat worden tot op de dag van vandaag. In dit TGL-nummer is er ruim aandacht voor Luther, zijn leven, werk, denken en invloed. Voor hem staat de individuele gelovige relatie tot God centraal. We zijn afhankelijk van Gods genade die niet op een koopje te verkrijgen is. Luther benadrukt het individuele lezen van de Schrift. Vertaling uit de grondteksten van de Schrift is voor hem daarom belangrijk en in de loop van de Reformatie is daarom nauw samengewerkt met joodse geleerden omwille van een betrouwbare vertaling van de Hebreeuwse Bijbel.
Als we het over katholieken en protestanten hebben, ging het in het verleden vaak om onverzoenlijke kemphanen. Denk aan de beeldenstorm en de contrareformatie. Na zoveel jaren zijn de relaties tussen katholieken en protestanten sterk verbeterd. De Reformatie herinnert de katholieke kerk eraan dat zij zichzelf voortdurend moet hervormen, zoals het Tweede Vaticaans Concilie zegt. Een van de belangrijke verworvenheden van de Reformatie is, al vanaf Katharina van Bora - Luthers vrouw - de emancipatie van de vrouw in de kerk. Deze emancipatie leidde tot het ambtsdragerschap van vrouwen in vele reformatorische kerken vanaf het begin van de 20e eeuw…

previous arrow
next arrow
HOOP EN VERZET
Inspirerende
alternatieven van onderop
EDITO

Leo Oosterveen: Gegronde hoop
Ignace D’hert: Een klein prutsmeisje
Ellie Smeekens:
Verzet en zingeving in Inloophuis en Buurtpastoraat
Jeroen Robbe: Kritisch Burgerschap:
een voedingsbodem voor hoop en verzet
Dominique Willaert: The art of organising hope:
over hoe succesvolle verzetsstrategieën in Latijns-Amerika aanzet geven tot een Europese zoektocht naar postkapitalistische vertogen en praktijken
Luc Vankrunkelsven: Onze planeet niet opeten
Ilse De Vooght: Arbeid en zorg
Ine Van Den Eynde:
De Bijbelse basis van hoop en verzet: ik zal er zijn voor jou
Paul De Witte: Standhouden, elkaar dragen en Messiaans bidden
Wouter Colpaert: Pff, alweer hoop!
Kolet Janssen: Het is al begonnen (column)
Piet Hoogeveen: Kleine wonderen (column)
Boekbesprekingen
Kris Gelaude: Stem van vuur (ter overweging)

€ 7,95

Maart-April / 2017

Art. N° 978-94-6196-226-3

INHOUD

Hoop op betere leefomstandigheden houdt mensen gaande, immers: hoop doet leven. De hoop is zoveel zwakker en breekbaarder dan de op berekening berustende en op zekerheid koersende verwachting. Maar tegelijkertijd is zij zoveel sterker dan de verwachting. De hoop, tot en met de hoop tegen beter weten in, mobiliseert mensen naar wat nog niet is, ze stelt het mogelijke boven het reële. Hoop houdt het verlangen gaande. Toch is er soms een manco dat aan hopen kleeft: ze blijft steken in dagdromen of fixeert zich op wat totaal onrealistisch is. Hoop blijft dan ijdel.
In dit TGL-nummer wordt hoop gekoppeld aan ons concrete leven, aan reële mogelijkheden om op maatschappelijk en individueel vlak het leven te verbeteren. Zo’n gegronde hoop kan niet zonder verzet, wil ze niet vervliegen. Er zijn immers veel obstakels te overwinnen – het belangrijkste is wellicht het gevoel dat ‘er toch nooit iets verandert’, kortom het gevoel van berusting en gelatenheid. In dit nummer komt dat verzet aan de orde in de vorm van (kleinschalige) sociale, politieke, economische en ecologische alternatieven: zelf opgezette inloophuizen; de inzet voor de herschikking van betaalde en onbetaalde arbeid; initiatieven aan de basis op het vlak van ecologische voedselproductie en -consumptie; handel en productie van goederen en diensten die aan het kapitalisme voorbij zijn; andere manieren van omgaan met vluchtelingen, etc. Deze en andere alternatieve initiatieven komen voort uit bewegingen aan de basis die aansturen op een actief burgerschap. Hoop en verzet komen er in samen en leiden tot concrete handelingsperspectieven…

previous arrow
next arrow
LUISTEREN NAAR
DE ONDERTOON
Ouderen en hun levensverhaal
EDITO

Leo Oosterveen: Het levensverhaal van ouderen
Marinus van den Berg: Alsmaar ouder worden
Zr. Simonne Ponnet & Els Gryson:
Interview met zr. Ponnet over haar levenswerk- en keuze
Claire vanden Abbeele: Tijd, een niet te vatten fenomeen
Alfons Marcoen: Ouder worden: verlies en overgave
Manu Keirse: Omgaan met ziekte of met de naderende dood
Ine Pauwels & Martijn Steegen:
Een huis met veel kamers. ‘Thuis’ in een woonzorgcentrum
Agnes Pas: Niemand tot last zijn
of “elkanders lasten dragen” ( Gal., 6,2 )
Filip Zutterman: Ben jij dementievriendelijk?
Annemarieke van der Woude: Wachten op de dood.
Over de hoge ouderdom en de vraag naar euthanasie
Erik Eynikel: Ouder worden in de Griekse en Bijbelse tradities
Kolet Janssen: Oud worden (column)
Piet Hoogeveen: Nunc dimittis (column)
Boekbesprekingen
Kris Gelaude: Van alle seizoenen (ter overweging)

€ 7,95

Mei-Juni / 2017

Art. N° 978-94-6196-237-9

INHOUD

Dat er steeds meer aandacht is voor ouderen en voor het oud(er) worden, is niet verwonderlijk. Het aantal ouderen neemt toe door de vergrijzing van de samenleving en door de toegenomen levensverwachting. De vraag naar ouderenzorg is in de afgelopen decennia mede daarom sterk toegenomen. De voorzieningen blijven evenwel dikwijls achter bij de vraag. In dit TGL-nummer staan we stil bij misschien wel de belangrijkste vraag in dit verband. Wat betekent het ouder worden voor ouderen zelf en voor hun omgeving?
Hoe er tegen ouderdom wordt aangekeken, verschilt van cultuur tot cultuur en van tijdperk tot tijdperk. De oude Grieken moesten er niet veel van hebben, de mensen van het Oude Testament waardeerden ouderdom daarentegen positief, zeker als die gepaard ging met een gevoel voor rechtvaardigheid en wijsheid. Hoe kijkt onze tijd, ja hoe kijken ouderen zelf op dit moment tegen hun ouderdom aan? Niet onverdeeld gunstig, zo lijkt het. Zolang de eigen autonomie, onafhankelijkheid en zelfstandigheid gewaarborgd blijven en zolang men baas is over de eigen sociale contacten, is er niets aan de hand. Maar op het moment dat dit alles niet meer gegarandeerd is, slaat de stemming om: bij de ouderen, maar ook bij familie en mantelzorgers. De toegenomen wens om na een ‘voltooid leven’ met hulp van anderen het eigen leven te kunnen beëindigen laat zien dat er in onze samenleving een onvoldoende antwoord is op gevoelens van isolement, eenzaamheid, anderen teveel zijn, aftakeling en afhankelijkheid. Gevoelens die onder ouderen veel voorkomen. Gaan onze tijd en samenleving wel goed om met ouderdom? Kunnen ouderen en alle anderen in de samenleving er niet een betere verhouding toe krijgen?

previous arrow
next arrow
OPEN VOOR HET ANDERE
Identiteit in geloof
en samenleving
EDITO

Leo Oosterveen: Toelaten van het andere
Leo Oosterveen: Schijn en werkelijkheid
Thijs Caspers: Identiteit als geschenk
Els Gryson & Frans Maas: Een nieuwe katholieke
kapel in het Sint-Jansziekenhuis te Brussel
Marc Van Tente: Laat ons ontwaken tot ons ware Zelf
Mirjam Dirkx: Mens, waar ben je?
Peter Schmidt: Identiteit en agape
Hubert Bisschops: Zoveel als een mens is
in de ogen van God, zoveel is hij en meer niet
Els Vergaelen: Identiteitsontwikkeling bij moslimjongeren:
een gedeeld verhaal
Kolet Janssen: Ik ben zo veel iemanden (column)
Piet Hoogeveen: De zin der dingen (column)
Boekbesprekingen
Kris Gelaude: Niet van mezelf (ter overweging)

€ 7,95

Juli-Augustus / 2017

Art. N° 978-94-6196-244-7

INHOUD

Identiteit is een tamelijk abstract begrip. Het drukt de wezenlijke kenmerken van iets of iemand uit en het kan in concreto om van alles gaan.
In dit nummer gaat het om de identiteit van geloof en geloven, van het behoren tot een bepaalde groep, tot de kerk of tot de samenleving. Wanneer je aangeeft dat je daar op een bepaalde manier deel van uitmaakt, dan straal je iets van een identiteit uit, iets wat jou met een groter geheel verbindt. De grote vraag is dan: wélke identiteit straal je uit?
In onze streken is de vraag naar de eigen religieuze identiteit van mensen soms niet makkelijk meer te beantwoorden. In onze geïndividualiseerde samenleving is de religieuze identiteit van velen diffuus geworden. Maar we zien ook andere tendensen, zoals het hameren op de eigen religieuze groeps­identiteit die je soms van anderen afsluit. Ook komt het voor dat een bepaalde identiteit aan anderen, bijv. moslims, wordt toegedicht zodat zij worden vastgepind op een beeld dat mensen van hen hebben. Ook dat kan een uitsluitend effect hebben. Het benadrukken van de eigen groepsidentiteit of die van anderen kan de kloof tussen mensen danig verdiepen.
Tegen deze achtergrond dringt zich de vraag op waar het bij religieuze identiteit uiteindelijk op aankomt. Die vraag staat in dit TGL-nummer centraal. Een eerste antwoord wordt gezocht in wat de kern van alle religies uitmaakt, namelijk dat het erom gaat dat de mens waarlijk mens wordt en tot het besef komt geschapen te zijn naar het beeld van God, het alles overstijgende mysterie dat elke particuliere identiteit overstijgt en kritiseert…

previous arrow
next arrow
GELOVEN IN EEN
DIGITALE WERELD
EDITO

Leo Oosterveen: Digitaal geloof
René Munnik: Christendom en ICT
Tim De Mey: Digitale verdrukking van de gezonde twijfel
Nikolaas Sintobin sj: Waarheid in het digitale tijdperk
Guido Van Steendam:
Persoonlijke betrokkenheid en de digitale wereld
Eric van den Berg: Spoorloos in een digitale wereld
Henk Witte: Online kerk?
Sim D’Hertefelt: Tijd voor een digitaal masterplan voor de kerk
Theo Zijderveld: Paus Franciscus:
de mythe van een charismatisch leider
Kolet Janssen: Ik ben online, dus ik besta (column)
Piet Hoogeveen: Een bedekte levensbron (column)
Boekbesprekingen
Kris Gelaude: Het grotere (ter overweging)

€ 7,95

September-Oktober / 2017

Art. N° 978-94-6196-249-2

INHOUD

De ontwikkelingen in het digitale tijdperk volgen elkaar snel op en stellen ons voor de vraag wat daarvan de gevolgen zijn voor geloven, kerk-zijn, spiritualiteit. Het gaat hierbij niet alleen om instrumentele vragen (“hoe krijg ik mijn boodschap op het internet?”), maar ook om fundamentele. Immers, de digitale revolutie is ook van culturele aard. Onze verhouding tot waarheid, instituties en tot andere mensen, ja onze manier van kennis en informatie opdoen veranderen. Kortom, onze relatie tot de samenleving en de wereld wordt er grondig door beïnvloed.
De internetsamenleving kan moeilijk overweg met hiërarchisch-autoritaire instituten. Wat men als waar beschouwt is meer en meer een zaak van persoonlijke, subjectieve inschatting. Niet wat waar is, maar wat als waarachtig overkomt, telt. Waarheid is nooit definitief, maar onderworpen aan een nooit eindigende discussie op het internet en de ‘social media’. Wat waar is, moet ontdekt worden in deze discussies. Voor deze fundamentele zaken vraagt dit TGL-nummer aandacht: zowel voor de kansen, maar ook voor de schaduwzijden ervan.
Bij alle democratisering van de ICT-samenleving en de mogelijkheden om heel veel mensen te bereiken en te betrekken bij belangrijke zaken, roept de digitale wereld ook een zekere vluchtigheid op bij de individuele surfer. Ook is het verschil tussen ware en onware informatie steeds moeilijker te maken bij zo’n overvloed. Of moet men de laatste site die men bezoekt, de meest betrouwbare noemen? Leidt een leven in de digitale wereld niet eerder tot een afname van het vermogen om betrokken te zijn op concrete mensen in je omgeving? Om van ontremde reacties op het internet, cyberpesten en vele vormen van cybercriminaliteit maar te zwijgen…

previous arrow
next arrow
GEMENGDE GEVOELENS
Kerk-zijn en ambivalentie
EDITO

Edito - Leo Oosterveen: Ambivalentie: bron van inspiratie
Marc Van Tente: De Kerk: leidraad of hinderpaal, zegen of vloek?
Anja ‘TKindt:
Eerste kerkervaringen en vernieuwende kerkprojecten
Trees Versteegen: Over de praktische aanwezigheid
van gelovigen in hun sociale context
Jos Joosten: Het eenzame genoegen van irrelevantie
Erik Borgman: Leven van belofte
Gerard Swüste: Mag je wel zo bidden?
Over de dwarsheid van de Psalmen
Maaike de Haardt: De vrijheid van de marge:
ambivalentie en creativiteit
Kolet Janssen: Onze heilige moeder (column)
Piet Hoogeveen: Weer op de grond (column)
Boekbespreking
Kris Gelaude: Het grotere (ter overweging)

€ 7,95

November-December / 2017

Art. N° 978-94-6196-141-9

INHOUD

Denken aan de kerk en aan kerk-zijn roept bij menigeen ambivalente gevoelens op. Met name de institutionele (katholieke) kerk heeft mensen in de afgelopen decennia teleurgesteld. Verwachte en verhoopte hervormingen na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) bleven uiteindelijk toch uit en ingezette vernieuwingen werden weer teruggedraaid. Deze ervaring versterkte bij velen het gevoel dat het instituut kerk er meer om te doen is om de eigen structuren van macht en gezag te handhaven dan open te staan voor hedendaagse religieuze ervaring en te zoeken naar nieuwe vormen van vieren of participatie van gelovigen.
Maar er zijn ook andere ambivalente gevoelens en die komen in dit TGL-nummer eveneens aan bod. De kerkelijke vernieuwingen op bijvoorbeeld liturgisch vlak vervreemdden soms oude getrouwe kerkgangers van de kerk. Sommigen van hen zochten heil in een resacralisering van ambt, sacrament en liturgie. En wat deden ‘gewone gelovigen’ intussen? Zij voelden zich vaak niet thuis bij de spanningen tussen vernieuwers en behouders en gingen gewoon voort met hun geloof, hun diaconie en kerkelijk vrijwilligerswerk.
Al deze ambivalenties betreffen het reilen en zeilen van de kerk als instituut op mondiaal en lokaal vlak: haar instellingen, ambten, gewoonten, vormgeving en de inzet van velen hierbij. Maar dit nummer vraagt ook aandacht voor een ander soort ambivalentie. Misschien is dat woord hier niet eens geschikt. Het gaat om een gevoel van verscheurdheid bij alle heil èn alle onheil dat ons in de wereld overkomt: in de privésfeer, maar ook op sociaal vlak, zoals maatschappelijke tweedeling, ontwrichting van het milieu en het klimaat, oorlog en terreur, vluchtelingen op de stoep van onze voordeur. Een toverformule om deze problemen op te lossen bestaat niet…

previous arrow
next arrow